From the bat cave

This post is also available in English

Het is alweer meer dan een maand geleden dat ik hier iets schreef. Mijn hoofd zit vol, en zelfs als ik mijn vrienden spreek, zit dat me in de weg. Dan wil ik álles vertellen, nú, en dan wordt het gesprek één grote monoloog over bankrekeningen, tatami-matten en vleermuizen, en da’s natuurlijk ook niet leuk. Of nou ja. Niet erg wederkerig. Daarom nu een good old blog; lekker eenrichtingsverkeer, lekker info spuien. Misschien heb je al flarden meegekregen op Instagram (echt, dat medium houdt me nog enigszins sane), maar hier normaals netjes en met context: Toeps in Japan, de recap.

Batshit crazy

Hoera, ik werd betrouwbaar genoeg gevonden om het appartement op de tiende te huren. Dat, of ze konden écht niemand anders vinden voor dat stinkende hol. 99% kans dat het het laatste was, want teee-heee-ring. Die lucht.

Na enig onderzoek kwam ik tot de conclusie dat er wel een muis in mijn ventilatie moest zitten. Vreemd, op de tiende verdieping, maar toen ik het rooster open draaide vielen er drie keuteltjes uit, en toen ik met door de spleetjes van het roostertje probeerde te gluren, zag ik daar een bewegend hompje fluff liggen. Ik nam contact op met de beheerder van het appartement, en die stuurden (fucking vijf dagen later) een mannetje.

Het mannetje maakte het ventilatierooster open en… “This is not a mouse! Is a BAT!”, riep hij uit in prachtig Engels-met-dik-Japans-accent. In het Nederlands is een vleermuis toch ook een beetje een muis, dus zo had ik toch nog een beetje gelijk. Een vliegende muis is ook wel logischer op tien hoog. Enniewee. Vleer de Muis besloot ‘m te smeren door hetzelfde rooster als waardoor ‘ie zich toegang had verschaft, ons achterlatend met een lading vleermuizenpoep. Het beheermannetje deed handschoenen aan, veegde de shit in een plastic tas en zei mij vervolgens: “Vleermuizenshit is gevaarlijk, goed schoonmaken hè!” Mijn latere research wees uit dat zijn veegactie het meest gevaarlijk van alles was, dus ik heb de toko nog dagen geventileerd. Ik bleef nog maar even op kantoor slapen.

Huis? Kantoor? Hoe zit dat nou precies? Awel: Ik kocht eind vorig jaar een appartement (op de vijfde verdieping) dat mijn kantoor moest worden. Maar het is op zich gewoon een appartement, dus toen ik Japan binnenkwam heb ik hier quarantaine gedaan en gewoond. In de tussentijd ben ik op zoek gegaan naar een ander appartement, wat mijn woonhuis zou moeten worden.

Ik miste helaas net het appartement één deurtje naast het kantoor, maar op de tiende verdieping van hetzelfde gebouw stond nog iets leeg: de batcave. Daar woon ik dus nu. Dit moet zo, omdat ik als Business Manager een bedrijf moet hebben op een ander adres dan mijn woonadres. Ook moet ik 5 miljoen yen in het bedrijf hebben geïnvesteerd, en de koopprijs van het appartement dekt dat voor een heel groot deel.

Enniewee. Vleermuis weg, alles schoongemaakt… Maar het stonk nog steeds. Stinkt nog steeds. Ik heb alles geprobeerd, van een ozon-generator tot chemicaliën, en de geur is zeker een stuk minder geworden (ik woon/slaap er nu dan ook) maar weg is ‘ie absoluut niet. Zeker als je binnenkomt, valt het op. Het kan natuurlijk zijn dat de geur nog in de muren zit, maar er zijn twee theorieën die ik waarschijnlijker acht:

  1. De geur komt ergens anders vandaan. Vorige week viel mijn oog op de uitpuilende brievenbus van de onderbuurman. Laten we hopen dat ‘ie gewoon weg is, en niet eh, you know, in verregaande staat van ontbinding.
  2. Er zitten ook vleermuizen in mijn andere twee ventilatiekanalen, waar ik helaas met geen mogelijkheid bij kan. Gezien de nabijheid van de rivier, en het design van deze kanalen (ik neem de vleermuizen niet kwalijk dat ze denken dat deze koepels voor hen gemaakt zijn), is dat bijna een gegeven. Helaas is het gebouw zo onhandig ontworpen dat je een steiger of glazenwasser-installatie nodig hebt om überhaupt te kunnen kijken. Als dit het geval is, begrijp ik ook waarom mijn onderbuurman ervandoor is.

Om scenario 2 te testen, heb ik vanmorgen zowel de keuken- als de badkamer-fan aangezet, en de balkondeur open. Deze luchtstroom blies de geur inderdaad voor eventjes weg, dus ik denk dat ik op het goede spoor ben. Op internet las ik dat vleermuizen niet van munt houden, dus ik kocht munt-zakjes (deze worden gemarket als vleermuis-verjagers, maar de muizenverjager die ik eerder kocht, bevat ook munt?) en een munt-luchtverfrisser. Deze toestand gaan we dan, indien mogelijk, in het ventilatiekanaal steken, of anders recht eronder zetten. Als dat niet helpt, dan moet het gebouwmanagement maar wat verdelgers inhuren of zo. Of nou ja. Hoogwerkers. Met gaas. Want vleermuizen zijn beschermd, of zo. Stelletje stinkerds.

Buurman en buurman

Met het vleermuizen-gedoe zou je bijna vergeten dat er nog een probleem is met het appartement: de buurman. Deze oudere man doet de hele dag weinig anders dan roken en tv kijken. En zijn tv staat naast mijn muur, vermoed ik zo. Op standje dove bejaarde.

Gelukkig vond ik online een goede oplossing: geluidswerende panelen, gemaakt van 5 centimeter dik steenwol met een speciale laag geluidswerend materiaal in het midden. Deze panelen van 90 bij 90 cm zijn ingepakt in stof of behang, en kunnen dan op verschillende manieren aan/voor de muur worden bevestigd. Omdat de batcave een huurhuis is, doe ik dat in mijn geval het liefst zonder al te veel schade aan het behang. Ik bedacht een handige opstelling van panelen, meubels en tension poles (want Japan) en bestelde een sample.

Na een tip van een aantal Instagram-volgers besloot ik mijn sample te schilderen, en even daargelaten dat mijn testverf per ongeluk hoogglans was, lijkt dit toch een goed idee. Binnenkort zal ik dus de panelen bestellen, en heb ik hopelijk een stuk minder last van de irritante buur.

De benodigde Ikea-meubels werden trouwens vanmorgen al geleverd. Het zal niet mijn laatste bestelling bij de Zweedse-meubelgigant-in-Japan zijn, want ik heb alweer bedacht dat de voormalige wasmachine-standplaats in het kantoor-appartement nog wel een stellingkast kan gebruiken.

En zo gaat dat bijna dagelijks. Ik duik in een Amazon rabbit hole, ik struin kringloopwinkels af, en steeds weer bedenk ik nieuwe dingen voor zowel kantoor als batcave. Zo moet het horgaas van de balkon-schuifdeur op vijf vervangen worden, moet de andere balkondeur een voorzethor, wil ik nog een geluidsdempend gordijn of een andere slimme oplossing om lawaai van langsrijdend verkeer tegen te gaan, moet ik nog een magnetron voor de batcave, wil ik nog een dikkere futon voor mezelf, een hoes om de logeerfuton in op te slaan, fotoprints voor aan de muur op kantoor, een plank met roede op 10… En zo kan ik nog wel even doorgaan. In mijn telefoon heb ik lijstjes met de maten van vrijwel alles, maar als ik in een winkel sta, weet ik dan toch nét weer niet genoeg.

Kijk, in principe ben ik er bijna. Ik kan leven. Maar perfect… Perfect is het nog lang niet.

In de Ikea... Again! Het filiaal in Tachikawa is lekker dichtbij, en goed te bereiken, dus handig om even inspiratie op te doen

Muh bedraif *

Dan, goed nieuws: Ik heb een bankrekening! Een echte, Japanse bankrekening. Het was nog even lastig lastig allemaal, want als niet-student, niet-werknemer en niet-echtgenote weten Japanse banken niet zo goed wat ze met je aanmoeten. Maar gelukkig was daar Mariko to the rescue, die voor een tweede keer op kwam dagen om mee te gaan naar het postkantoor (aka de bank).

Deze keer bezochten we een kleiner filiaal, waar je geen afspraak hoefde te maken en ook niet werd weggestuurd met een formulier en een “probeer het ook eens online”. We spraken echte medewerkers, die meer dan een half uur bezig waren om, samen met mij, het formulier juist in te vullen. Vragen als “bent u belastingplichtig in een ander land dan Japan” – “Euh, nou ja, NU nog wel, maar zodra mijn Japanse bedrijf is opgestart niet meer, dus eh…” bleken zelfs voor het personeel lastig, dus ik snap ergens wel dat mijn zelf ingevulde aanmelding vol “fouten” zat, en dus is afgewezen. Maar die dag liepen Mariko en ik met een echt bankboekje de deur uit.

Geniaal trouwens, zo’n bankboekje. Of nou ja, antiek. Weet je, wanneer mensen zeggen: “Er is 100 euro op mijn bankboekje bijgeschreven”? In Japan is dat dus nog echt zo. Ik maakte mijn bedrijfskapitaal over met de Wise-app, wandelde vijf minuten naar het postkantoor, stak mijn boekje-met-magneetstrip in de pinautomaat en -SHRIEEE- al matrixprintend werden daar de laatste bijschrijvingen bijgeschreven.

Ook mijn MyNumber (een soort Japans SoFi-nummer) bleek eindelijk klaar, dus die heb ik nu ook. Ik moest er speciaal voor naar City Hall op een zaterdagmorgen, maar met het MyNumber-pasje in the pocket hoef ik vrijwel nooit meer naar City Hall. Als ik nu een overheidsdocument nodig heb, dan ga ik gewoon naar de convenience store, leg ik dat MyNumber-pasje op de lezer en print ik zo ter plekke de gewenste certificaten uit. Magic.

Met al deze shit geregeld (nou ja, vooral die bankrekening, MyNumber was niet echt nodig – ik had de benodigde certificaten intussen al bij City Hall gehaald) was het tijd om mijn bedrijf op te starten! Ik ging weer langs bij Kaisha Express (het bedrijf dat mijn zaken regelt omtrent de hele start-up) om een stapel papieren te tekenen, euh… Stempelen!

Stempelen? Ja, in Japan signeer je dingen niet met een handtekening, maar met een hanko-stempel. Dit is een stempel met je naam erop. Je kan verschillende hanko-stempels hebben; eentje voor dagelijkse dingen zoals pakketjes aannemen (dit is vaak een kant-en-klare die je bij de Daiso, het Japanse equivalent van de Action, kunt kopen), eentje voor bankzaken en eentje voor officiële shit. Mijn hanko-voor-officiële-shit kreeg ik van Kei. Deze hanko's zijn vaak duurder, ingewikkelder qua design en gemaakt van hout of been (of ivoor, maar dat vinden we tegenwoordig niet meer zo cool).

Bedrijven hebben weer andere hanko nodig, voor het tekenen van facturen en zo. Ik zou graag een foto willen posten van mijn hanko, maar omdat dat ook je handtekening is en kwaadwillenden 'm dan zouden kunnen namaken, is dat niet slim, zo waarschuwen mijn Japanse vrienden me. Hanko's in Westers schrift zijn trouwens ook vrijwel altijd te lelijk voor woorden, lol. Ze gebruiken nog net geen Comic Sans.

Met alle papieren gestempeld en mijn identiteit geverifieerd (dan belt zo’n Japans-equivalent-van-een-notaris je op, vraagt ‘ie je naam en geboortedatum, en dat was dat), zal mijn bedrijf als alles goed gaat op 9 mei opgericht zijn. Eerder kon niet, want het is nu Golden Week, ofwel een heleboel feestdagen achter elkaar, ofwel het hele land ligt op z’n gat en er gebeurt niks. Maar! Als ik straks dan echt officieel een bedrijf ben, dan kan ik eindelijk zakenrelaties hierheen halen. Zó ontzettend veel zin in!

* Sorry, de “muh bedraif”-grap is alleen grappig voor Anne, Jorine en Corné, en ik weet niet eens of die mijn blog lezen. Iets met een liegende oud-klasgenoot… Sorry, het blijft grappig.

Jawöhl...

Ondertussen werk ik druk door aan allerhande websites, én is mijn Duitse boek bijna af! Het ligt nu bij de vormgever, zodra zij klaar is ga ik er nog één keer helemaal doorheen, en dan kan ‘ie live.

Maar nu heb ik dus aardig wat mensen een Duits boek verkocht… En ik zit in Japan. Nu zit er ook een Amazon-drukkerij in Japan, maar… De post naar Europa is nog steeds gecancelled, op bootzendingen na. En die duren twee tot drie maanden, als het inmiddels niet langer is. Dus…

Ik kom naar Nederland!

Aanstaande donderdag, 5 mei, vlieg ik weer voor eventjes naar Nederland. Eventjes, als in, twee weken of zo. Veel langer gaat niet. In die twee weken moet ik dus al die Duitse boeken signeren, iedereen zien, misschien nog iemand shooten… En dan weer snel terug om hier verder te bouwen.

Ik had me aanvankelijk voorgenomen om een koffer vol met kimono’s, aardewerk, Polaroids en andere webshop-items mee te nemen, zodat ik die vanuit Nederland aan jullie kan versturen. Maar met mijn volle planning zou dat betekenen dat ik die dan morgen al op de foto moet zetten. Of nou ja. Of in Nederland. Goed. Ik kijk wel even hoever ik kom. Aan mijn fotowand zal het niet liggen, trouwens.

Niks, met mensen

Ik kan niet wachten om weer even bij Riemer te zijn. Even mijn hoofd uit te kunnen zetten. Even tot rust te komen. Deze twee maanden in Japan voelen alsof ik non-stop aan het rennen ben geweest. Soms klaagde ik tegen vriendinnen: “Het voelt alsof ik amper werk!” Om me vervolgens te realiseren dat een stoppenkast laten vervangen, een vleermuis laten verjagen of luxaflex ophangen óók werk is.

Ik kan ook niet wachten om straks weer terug in Japan te zijn. En dat alles dan klaar is. Of nou ja, meer klaar. Zodat ik ook weer op avontuur kan. Eén dag riep ik “fuck it!” en beklom ik Mt. Takao, de berg waarop ik zou uitkijken als er niet een flat met groot reclamebord op het dak voor stond. Bovenop de berg checkte ik mijn mail, en ontdekte ik dat ik het huis op de tiende had gekregen. To-do-list x100.

Ik heb even zin in niks. Met Riemer. Met vrienden. Maar daarvoor moet ik eerst nog even door, zodat ze hier ook daadwerkelijk kunnen komen. In een niet-stinkend huis. Met een door mij geregeld visum. En dat ik dan ook tijd voor ze heb. Ik kan niet wachten.

PS: De uitgelichte foto bij dit bericht is niet mijn huis, maar gewoon een prachtig kleurenpalet dat ik spotte tijdens een wandeling.

Een reactie op “From the bat cave”

  1. Amina schreef:

    Je bent zo lekker bezig Toepsie! Kijk die prachtige kimono dan hangen joh, love it! Succes met alles en geniet van je weekjes in Nederland xxx

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.