Korea for the gram

This post is also available in English

Ik ben jullie een update verschuldigd. “Hoe is Korea?”, vragen jullie me steeds. Ik kon er geen antwoord op geven, want dat zou niet eerlijk zijn. Korea kan het namelijk niet goed doen, en dat ligt niet aan Korea, maar enkel aan het feit dat het niet Japan is.

Ik ben hier naartoe gegaan omdat ik het wachten zat was. Omdat ik de situatie in eigen hand wilde nemen. Maar wie hield ik nu eigenlijk voor de gek? Ik mag nog steeds Japan niet in. Wellicht gaan ze volgende week iets aankondigen, maar toen dat vrijdag bekend werd, voelde ik me alleen maar rotter – alsof een ex die je ooit geghost heeft ineens weer in je dm’s opduikt. Moet ik nu wéér in de stress gaan zitten? Ik heb iedereen alweer gemaild, ik sta alweer helemaal in de startblokken. En ik zou naar Busan gaan… Moest ik dat nog wel doen?

Nou, één ding weet ik wel: zelfs al moet ik morgen weer terug naar Seoul, de trip naar Busan was het nu al waard. Want terwijl ik dit schrijf, kijk ik van achter mijn bureautje in mijn hotelkamer op de vijftiende verdieping uit over een prachtig strand, de zee, en heel in de verte, als je maximaal inzoomt, de contouren van het Japanse eiland Tsushima.

Ik vind het hier in Busan een stuk leuker dan in Seoul. Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat het hier zo’n tien graden warmer is, en dat ik in een fancy toeristisch gebied zit, met nieuwe hoogbouw en veel minder rommel, verkrotte gebouwen en troep op straat. Waar ik in Seoul zit is wel heel centraal, dus dat is fijn, en er zullen ook heus modernere gebieden zijn – ik moet nog steeds Gangnam eens uitchecken.

Natuurlijk heb ik het in Seoul ook leuk proberen te maken, daarvan hebben jullie waarschijnlijk bewijs gezien op mijn Instagram. Soms was “da’s leuk voor Instagram” de enige reden om ergens naartoe te gaan. Dat mag je stom vinden, maar met een burnout-wolk die dreigend boven me hangt, en een negatief stemmetje dat bij alles zegt “waarom zou je, je kunt ook gewoon in bed gaan liggen”, is elke motivatie er één. Nadeel van die dreigende burnout is dan wel weer dat ik de rest van die dag amper werk uit m’n vingers krijg. Ik heb ongeveer twee dagen per week energie om een paar uur in code te duiken. Daarna ben ik leeg, en dat gevoel is naar en gevaarlijk, want dat kan me in een put van neerslachtigheid gooien. Moeheid en sipheid voelen bijna hetzelfde, en mijn lijf weet dan het verschil niet meer. Als ik daarbij dan ook nog slecht eet, omdat ik geen puf meer heb om naar de convenience store te gaan en met de kassa-medewerker te communiceren… Dan raak ik in een vicieuze cirkel, en dat wil ik niet.

Kortom: ik moet goed balanceren. En ik moet zelfs nog een restje energie overhouden voor als Japan wél open gaat, want ja, dan moet ik dát allemaal weer gaan doen. Als ik er eenmaal ben, voel ik me vast gelukkig, maar tot die tijd is het een hoop stress.

Enniewee. Ik ben dus dingen gaan doen. De meeste dingen waren toevallig erg dichtbij mijn hotel, yay voor past-me, die geen idee had hoe Korea precies in elkaar stak, maar toch steeds de goede locaties heeft gekozen. Vanuit mijn crappy hotel (8 Hours Seoul, ik weet niet of ik het zou aanraden, je moet geen moeite hebben met behang dat van de muren komt, en het gesprek van je buren woord voor woord kunnen verstaan – daarentegen is de staff erg aardig en hebben ze een magnetron voor al je convenience store bento’s), waar was ik, oh ja, vanuit mijn crappy hotel loop je naar de Seoul Tower, naar Seoul Station via de Seoullo loopbrug (een voormalige weg die, in het kader van groene stadsvernieuwing, is omgebouwd tot wandelpromenade), naar een aantal ondergrondse malls en bovengrondse marktjes, en naar een riviertje waar eerst nog een dikke vette snelweg overheen reed, maar die nu (oh, lang leve de groene stadsvernieuwing) is weggehaald zodat mensen naar hartelust kunnen wandelen. Maar het hotel ligt ook dichtbij een aantal metrostations, dus met de metro ben ik naar een Starbucks op het water gegaan, en naar de elektronicamarkt waar ik in mijn eerste week ook al was. Ik kwam terug om foto’s te maken. Voor de blog, en for the gram.

Hack voor de autist-toerist

Als je trouwens net zoals ik moeite hebt met dingen verzinnen om te gaan doen, dan heb ik een hack. Hij werkt bijna overal ter wereld. Stap 1: Zoek in de map-app naar Starbucks. Bekijk per Starbucks de locatiefoto’s, totdat je een bijzondere hebt gevonden. Ga daarheen. Onderweg kom je waarschijnlijk vanzelf allerlei interessante dingen tegen. Hier in Busan vond ik een Starbucks in een gigantisch hoge toren (en daarmee ook het uitkijkplatform van deze toren). In Seoul ontdekte ik dat er een Starbucks met fenomenaal uitzicht te vinden was in Seoul Tower. Om daar te komen nam ik een gekke lift en een kabelbaan omhoog. En hoewel er geen expositie was in Seoul Wave, was de Starbucks daar alsnog een goed excuus voor een metrorit en wandeling langs de Han river.

Soms werken de termen “vintage shop” en “second hand shop” trouwens ook, al vind ik dat in Korea tot nu toe een beetje tegenvallen. De grote bergen om in te graaien bestaan wel (Instagram spamt me om de drie posts met ads van Dagobert Duck-size pakhuizen vol vintage kleding), maar zijn allemaal buiten de stad te vinden, op met het OV moeilijk bereikbare plekken.

Oh ja, en dan is er ook nog “cool train”, “old tram” en meer van zulks. Hier in Busan schijnt er zo’n trammetje om de berg te zijn. Morgen eens kijken. Hierheen kwam ik al met een Koreaanse TGV-kopie, die ik eerder al zag rijden toen ik een niet zo succesvolle elektronicamarkt bezocht. (Niet die van de foto’s.)

Starbucks op het water
PS: Kost je wel een ticket naar het observatiedeck

Goed, zo is Korea dus. Interessant en, vooral in het geval van Busan, prachtig. Soms is het helemaal niet erg om iets for the gram te doen. Dan doe je tenminste iets.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.