Gisteren deed ik de JLPT, ofwel de Japanese Language Proficiency Test. Deze Japanse taaltest, waarbij je wordt getest op woordenschat, grammatica, lezen en luisteren, wordt gegeven op vijf niveaus. N5 is het makkelijkst, N1 het moeilijkst. Nadat ik meer dan een jaar geleden N4 haalde, en vorig jaar mijn examen had overgeslagen, was het nu dan echt tijd voor N3. Was ik er klaar voor? Nee, dat niet. Ik was iets te druk met mijn nieuwe boek en had amper tijd gehad om te leren. Maar ik had toch al betaald, dus ik dacht, ik doe een gooi. Het is multiple choice, dus misschien gok ik wel alles goed.
De JLPT-examens worden twee keer paar jaar door heel Japan, maar ook daarbuiten gehouden. Zo kan je ook in Nederland of de VS de test maken. In Japan wordt vaak per regio een universiteitscampus afgehuurd. Voor mij was dat deze keer de Sagamihara-campus van Aoyama Gakuin; handig, want super makkelijk te bereiken vanuit Hachioji. Dit was inmiddels de derde Japanse universiteit die ik van binnen zag. De eerste keer was in Kokubunji (toen slaagde ik niet), en de keer dat ik mijn N4 haalde was het op een campus in de middle of nowhere, waar je met een bus naartoe moest. Gelukkig was de locatie van gisteren tien minuten lopen vanaf het station.
Het is een bijzondere gewaarwording, zo’n JLPT-dag. Een stoet met mensen beweegt zich vanaf het station naar de campus. Bij elke convenience store die je tegenkomt houden groepjes zich op als een soort hangjongeren. Verkeersregelaars zorgen ervoor dat iedereen de route volgt en op de juiste plek oversteekt. Eenmaal op de campus aangekomen zoekt elke student z’n lokaal. N1 en N2 waren in de ochtend, de rest in de middag. Mijn lokaal, 203, was een grote collegezaal met meer dan 100 mensen. Vrijwel iedereen was Aziatisch: uit Vietnam, de Filippijnen, Bangladesh, China, Korea, noem maar op. Ik denk dat ik in mijn klas nog één andere witte persoon zat, en één zwart meisje. Naast mijn lokaal waren er nog een stuk of zes lokalen waren waar N3 afgenomen werd. Het is nogal een ding, dit examen.
Ik doe de JLPT voor de lol, maar voor anderen hangt hun toekomst ervan af. Sommige banen nemen alleen mensen aan met N2 of hoger. Ook universiteiten of vervolgopleidingen hebben vaak zulke taaleisen. Nu kun je in principe direct met N2 beginnen, en hoef je niet eerst N5, 4 en 3 te doen (zo sloeg ik zelf N5 over, omdat ik wist dat die te makkelijk zou zijn), maar N2 is zo makkelijk nog niet. En N1… Zelfs de mensen die in mijn ogen vloeiend Japans spreken, doen hier soms wel zes keer over.
Fraude
Toen ik N4 deed, ergerde ik me dood aan mijn medestudenten. Praten, spieken, het vragenboekje al openen terwijl dat nog niet mag… Eentje liet zelfs zijn telefoon afgaan. Nu zijn hier in principe regels voor, in de vorm van gele en rode kaarten. Maar de surveillanten waren veel te mild, en niemand werd er toen daadwerkelijk uitgestuurd. Begin dit jaar kwam naar buiten dat er waarschijnlijk was gefraudeerd bij het N2-examen; verdacht veel mensen vulden precies dezelfde antwoorden in, wat de organisatie het vermoeden gaf dat er ergens een test was gelekt, en doorgestuurd naar een locatie waar de test later werd afgenomen. (Zoals ik hierboven al zei, de test wordt ook gehouden in andere landen, en vanwege het verschil in tijdzones kan dat niet exact tegelijkertijd.) Hierop besloot de organisatie dat ze vanaf nu een zero-tolerancebeleid gingen voeren. En hell, dat deden ze.
Voorheen moest je telefoon in een plastic zakje, maar mocht je deze tijdens de pauze wel gebruiken. Deze keer niet. Hij moest uit (niet stil, uit!), in een papieren envelop, die envelop ging onder de tafel en mocht niet opengemaakt worden totdat iemand van de organisatie dat aangaf. Ook werden alle vragenboekjes en antwoordvellen geteld, zodat men zeker wist dat niemand er eentje mee had gesmokkeld.
Goed, de test begon met kanji en woordenschat. Omdat ik zo weinig tijd had gehad om te leren, wist ik dat ik het waarschijnlijk niet ging halen. Ik besloot niet te lang stil te blijven staan bij vragen die ik niet wist, maar die gewoon “op gevoel” te gokken. Ik wist vanuit mijn lessen dat ik daar vaker dan je statistisch zou verwachten goed mee zat, omdat ik na al die tijd in Japan toch ergens een soort onbewust taalgevoel heb ontwikkeld. Maar tot mijn verbazing wist ik ook gewoon veel vragen. Shuuten? Peko peko? Daar was geen twijfel over mogelijk.
Ondanks mijn fuck it-houding was ik toch nerveus. Of nou ja, misschien was ik nerveuzer voor de setting. Zo’n grote zaal, ik helemaal vooraan, mijn buik niet helemaal lekker vanwege mijn nieuwe medicijnen, maar wie tijdens de test wegloopt om naar de wc te gaan, is exit. Kortom, ik voelde me “gevangen”. Mijn handen trilden, mijn hoofd voelde licht, en hoe slomer de proctor papiertjes aan het sorteren was, hoe meer ik dacht: “BEGIN NOU EENS!” Maar als het onderdeel eenmaal was begonnen raakte ik in hyperfocus, en kwam ik er pas weer uit toen de tijd om was.
Pauze 1. Omdat de organisatie een telfout maakte en alles nogmaals moest tellen, liepen we hier een beetje uit. Toen we eindelijk weg mochten, pakte ik mijn tumbler en een dorayaki (Japans cakeje met bonenvulling) uit mijn tas, die ik speciaal voor deze gelegenheid had gekocht. Voor de tweede pauze had ik twee boterhammen met aardbeienjam. Ik ken mezelf: hyperfocus kost zoveel energie, dat ik dat als een speer moet bijtanken. Als een zombie liep ik het lokaal uit, richting de toiletten. Een meisje kwam naar me toe. In gebroken Japans zei ze: “Ik voel me niet zo goed. Mag ik je dorayaki overkopen?” Ik had gewild dat mijn zombiehoofd het iets aardiger had gezegd, maar nee. Dat mag niet. Ik heb dat ding zelf keihard nodig. (En sorry, maar je moet ook zelf een beetje nadenken en voorbereid komen?)
Het tweede onderdeel was grammatica en lezen. Dit onderdeel was het langst, en hier zitten ook de verschrikkelijke lappen tekst in, waar dan vervolgens één lullig vraagje over komt. Toch had ik ook hier geluk. Eén van de verhalen ging over een nieuw type hotel, dat niet één grote toren was, maar verschillende gebouwtjes in een dorp, dat mensen trekt die op een unieke manier van de landelijke omgeving willen genieten. Daar had deze nerd net een aflevering van Japan Railway Journal over gezien. Een ander verhaal ging over een vader die ging voorlezen op de school van zijn dochter. Het is niet helemaal hetzelfde, maar toch denk ik dat mijn lesgeef-ervaring op de school van Emma hierbij heeft geholpen. Eén verhaal vond ik lastig, dus ik besloot dat tijdelijk te skippen. Uiteindelijk had ik nog vier vragen niet beantwoord, toen het tijd was. Snel kleurde ik wat random bolletjes in, want hey, da’s toch 25% kans.
Pauze 2. Omdat mijn telefoon nog altijd in die bruine envelop zat, en daar ook niet uit mocht, wist ik niet hoe laat het was. Eerder al was er iemand met een rode kaart naar huis gestuurd omdat ze te laat terug de zaal in kwam, en dat ging mij niet gebeuren, dus ik schrokte mijn boterham naar binnen en sipte wat thee in de deuropening. (Eten en drinken was natuurlijk verboden in de examenzaal.) Een jongen tegenover mij kijkt op zijn telefoon. Twee surveillanten die toevallig door de deur komen, schieten direct in actie: “Jij, meekomen!” Een andere knul staat om het hoekje, ook met zijn telefoon. Ik probeer hem te waarschuwen. “Doe dat ging weg joh! Mag niet!” Hij negeert me. Enkele seconden later komt er een volgende surveillant naar buiten. De jongen kan inpakken.
Onderdeel drie is de luistertoets. Inmiddels was ik zo moe, dat ik denk dat dit mijn slechtste score wordt. De vragen gaan redelijk snel achter elkaar, dus als je er een niet weet, en daarmee je concentratie verliest (“hè, wat was dit woord nou ook alweer?”) dan mis je direct de volgende vraag. Goed, na bijna een uur luisteren was het klaar. Althans – de grootste luistertoets bleek het luisteren naar de organisatie. De vragenboekjes en antwoordvellen werden opgehaald, en de organisatie sprak door de luispreker: “Jullie mogen nu je envelop weer op tafel leggen.” Een knul even verderop pakt de envelop haalt z’n telefoon eruit. Ik weet niet precies of het probleem was dat hij te vroeg was, of dat hij zijn envelop nooit dichtgeplakt had. Hoe dan ook, hij krijgt een rode kaart. Eén minuut later zegt de proctor: “We zijn klaar. Jullie mogen je telefoon pakken en naar huis.” (Hierna keek de hele zaal nog even angstig om zich heen, om te zien of anderen daadwerkelijk hun telefoon pakten, alvorens die envelop ook maar aan te raken.)
Goed, dat was N3. Heb ik ‘m gehaald? Misschien, maar waarschijnlijk nét niet. Is dat erg? Nee. Ik ben weer een waardevolle ervaring wijzer, en ik weet vrijwel zeker dat ik ‘m dan de volgende keer wel haal.
Wow, zo ouderwetsch! Een RSS-feed!
Sla deze link op in je RSS-reader en volg mijn blog hoe jij wil; chronologisch, in je mailbox, in je browser... Ja mensen, the past is here!
https://www.toeps.nl/blog/feed/





