Gisteren stond ik in Delft op de bus te wachten. De hotelkamer waar ik de komende zeven weken zal verblijven heeft nogal lelijk licht, dus ik had me voorgenomen een goedkope lamp aan te schaffen. Deze. Bij Ikea. Vanaf Den Haag is Delft niet ver; zeven minuten met de trein. Daarna zou ik nog acht minuten met de bus moeten. Na vier jaar in Japan ben ik zulk goed openbaar vervoer gewend, dat het me verbaasde dat er maar één bus per half uur naar de Ikea reed. In het weekend nota bene. Goed, ik wachtte twintig minuten op de bus, die netjes op het bord stond bij halte I. Nog 15 minuten, nog 10 minuten, nog 2 minuten… En poef! Bus weg. Hij kwam ook gewoon niet. De eerstvolgende bus zou over een half uur wel weer komen. Of niet, weet jij veel.
Ik ging niet 50 minuten op de bus staan wachten, dus ik pakte de trein terug en kocht een goedkoop lampje bij de Action. Hoewel het lampje schattig was, paste het eigenlijk niet op de plek die ik op het oog had. Het plaklichtje dat ik had gekocht om mijn aanrecht van meer licht te voorzien, deed ook weinig. De tranen sprongen in mijn ogen. Dit was de spreekwoordelijke druppel.
Natuurlijk is het deels de jetlag. Een groter deel is de buurt waarin ik koos te verblijven. Of nou ja, koos… Het is ook niet dat je veel opties hebt, als je in Nederland een verblijfplaats voor zeven weken zoekt. Het is ofwel iemands omgebouwde schuur op AirBnB, ofwel iemands bank/logeerkamer met de nodige drukte die daarbij komt kijken, ofwel een “extended stay” hotel in een matige buurt.
Zodra ik de deur uit stap word ik overreden door een fatbike. De eerste kamer die ik toegewezen kreeg was aan de straatkant, waar schreeuwende mensen en scheurende auto’s de boventoon voerden. Gelukkig kon ik direct van kamer wisselen, waardoor ik nu op een binnenplaats met vuilcontainers uitkijk. De wietlucht is een constante, zelfs in de gang van het hotel. Alles is vies, van de straat tot de vloer tot elk oppervlak van mijn kamer. Ik heb inmiddels meerdere tripjes naar de Action gemaakt, voor wondersponsjes en schoonmaakmiddel allerhande andere dingen die ik nodig had. Toen ik de deur naast mijn kamer met een grote afbeelding van een stofzuiger erop opentrok, vond ik daar lege dozen en een oud matras. “Oh, daar mag je niet komen, dat is voor de housekeeping!”, zei de meid van de receptie. Domme Toeps dacht dat er een stofzuiger zou staan, die de bewoners konden gebruiken. Zal mijn verjapaniseerde brein wel zijn.
Daar had ik trouwens wel vaker last van. Zo verbrandde ik mijn hand aan gloeiend heet kraanwater – bij ons thuis in Japan stel je de temperatuur in met een paneeltje, en wordt het water dus nooit zomaar te heet om mee af te wassen. Ik sta standaard links op de roltrap, waarna ik mezelf snel corrigeer en rechts ga staan. Niet dat het zin heeft of zo, want er staat altijd wel een boomer de hele boel te blokkeren. Ik betaalde 1,10 om te plassen op een matige wc, het voelt vreemd om mijn afval zomaar weg te gooien (zonder het plastic af te spoelen en labels te verwijderen) enne, heeft er iemand recentelijk nog een kassamedewerker gezien? Zelfs bij het kopen van medicijnen was het de zelfscankassa die me vroeg of ik meerderjarig was en wist hoe het medicijn werkte. Personeel stond ergens verderop te kleppen.
Ik landde dinsdagavond, werd door mijn broertje naar het hotel gebracht en sliep vervolgens tot vier uur. Vier uur ‘s ochtends. Dus rond zeven wandelde ik richting de Starbucks in de binnenstad. Langs de moskee met de gescheiden mannen- en vrouweningang, de boerkawinkels, tientallen Denk-posters en dan aan de overkant een set vlaggen: een van Oekraïne en een Progress Pride-exemplaar. Voor de deur van de Starbucks staan twee mensen te blowen. Een man die duidelijk de weg kwijt is doet dansjes. “Niet vapen staat je beter”, roepen de abri’s. Een polder-gangster op een fatbike zoeft voorbij.
Het was eergisteren exact vier jaar geleden dat ik naar Japan verhuisde. Natuurlijk ben ik vaker teruggeweest, maar meestal maar kort, en dan logeerde ik bij Riemer of bij mijn broertje. Omdat ik nog niet zo goed wist hoe moe ik zou zijn, had ik voor deze week vrijwel niks afgesproken. Ik bezocht Maan op de kunstbeurs waar ze stond, en zag Charlotte ook even, want zij werkte er. Verder zag ik niemand. Wat dat betreft is Nederland niet zo anders dan Japan – afspraken maak je het liefst weken van tevoren. Ik werkte aan een presentatie, legde de laatste hand aan mijn boekcover en bestelde een proefdruk. Volgende week begint het echte knallen. Maandag een lezing, dinsdag drie shoots, woensdag een lezing… Hard werken, maar hopelijk voel ik me daardoor ook een stukje beter. Want deze omschakeling is pittig. Heel pittig.
Wow, zo ouderwetsch! Een RSS-feed!
Sla deze link op in je RSS-reader en volg mijn blog hoe jij wil; chronologisch, in je mailbox, in je browser... Ja mensen, the past is here!
https://www.toeps.nl/blog/feed/


Daarom lekker buiten de Randstad. Daar is het leven heel anders dan in die drukte. Beste keus die ik gemaakt heb om met veel meer zen door het leven te gaan.
Ik weet wel dat waar jij voor komt zich daar afspeelt maar om maar aan te geven dat Nederland meer kanten heeft dan wat de Randstad laat zien aan toeristen ;-)