“Je slaapt wekelijks een paar dagen in je kantoortje in Hachioji, toch?”
– “Ja, dat werkt super voor ons!”
Dit verhaal vertel ik in interviews, aan vrienden, maar ook aan mezelf. Ik geef François de ruimte om zijn films te kijken en lawaai te maken, terwijl ik zelf ontprikkel en tot rust kom. Dus alles ging top en was wel. Toch?
Ja, niet dus. Want François bleek al een tijdje niet zo blij. Hij voelde zich gevangen en was bang dat die situatie niet zou verbeteren. “Mijn vader wilde gisteravond bellen, maar jij sliep al, dus ik zei dat het niet kon”, zo vertelde hij me laatst. “Maar, dat hoeft toch helemaal niet?”, antwoordde ik verbaasd. “Je kan toch gewoon bellen?” Ik kreeg een anekdote terug van meer dan zes maanden geleden, toen hij met z’n moeder aan de telefoon was, en ik met mijn overprikkelde hoofd vroeg of het wat stiller kon – het was immers al middernacht.
Het was slechts één van de vele voorbeelden van een overprikkelde Toeps die François maant tot rust. Muziek in de auto? Nu even niet. Hard scheuren in diezelfde auto? Ook niet, graag. Films met surround sound waren al uit den boze, en de laatste tijd leek het wel alsof ik zelfs niet meer om grapjes kon lachen. François voelde zich steeds kleiner worden, liep op eieren. Ondertussen voelde ik me ook niet top.
Het was alsof ik continu over mijn grenzen ging. Ons leefritme helpt daarbij niet mee: François werkt van 13:00 tot 21:00, dus als we samen willen eten, dan is dat laat. Voor mij eigenlijk té laat. Ik merkte dat ik regelmatig zat te wachten tot hij thuiskwam, hongerig en geïrriteerd. Ik hield tijd vrij voor hem onder het mom van quality time samen, maar in de praktijk was het dood-voor-de-tv-hangen-tijd. Hij had na een lange dag werken geen puf meer om met aandacht naar mijn verhalen te luisteren, iets wat mij nog grumpy-er maakte dan ik al was. (Voor wie nu denkt: waarom doen jullie niet ‘s ochtends iets? François slaapt tot 11:00 of 12:00 en gaat meestal rond 5:00 in de ochtend naar bed.)
Als ik naar Hachioji ging, sliep ik vooral. Dan was ik weer even fris en scherp, maar na anderhalve dag thuis was ik terug bij af. Hoewel ik Hachioji nog steeds fijn vind, omdat ik daar even niks hoef, vind ik het ook frustrerend dat het een uur reizen is vanaf ons huis. Ooit dacht ik dat de oplossing voor al deze problemen een huis kopen was. Zo zouden we meer ruimte hebben, waardoor we elkaar minder in de weg zouden zitten. Maar François wilde niet, en ik werd nog gefrustreerder.
Toch denk ik niet dat enkel een huis iets zou hebben opgelost. Want hoewel je problemen uiteindelijk vaak oplost met praktische maatregelen, gaat daar nog wel een belangrijke stap aan vooraf: praten.
François is iemand die altijd zijn best doet om vrolijk te zijn, niet vaak zeurt en eigenlijk standaard zegt dat het prima gaat allemaal. Totdat de bom barst. Ik daarentegen voelde wel dat er iets was (toen ik in Nederland was, belden we elkaar bijvoorbeeld nauwelijks, en als we al belden was dat op mijn initiatief), maar kon mijn vinger er niet op leggen, waardoor ik steeds overprikkelder en onaardiger werd. En toen zei François vorige week dus ineens: “Ik weet niet of ik hier nog wel mee door wil.”
Eindelijk praatten we. De voorbeelden kwamen. “Zes maanden geleden was er dit. Vijf maanden geleden was er dat. Toen ik in Frankrijk was, zeiden mijn vrienden…” Ik vond het echt ontzettend naar om te horen dat hij zich zo beklemd had gevoeld. Tegelijkertijd vond ik ook wel dat hij dingen met mij had moeten bespreken. En het liefst direct – ik wist nu soms half niet meer wat de situatie was, en waarom ik op dat moment zo reageerde.
Kijk, ik weet dat ik lastig ben. Soms, als mensen zeggen dat ik helemaal niet autistisch kan zijn, omdat ik X, Y en Z doe, denk ik: praat eens met François. De persoon mij van dichtbij meemaakt en moet dealen met al mijn grenzen en/of overprikkeling. Dat doet hij over het algemeen trouwens heel goed. Maar soms sluipen er dingen in. Dingen die besproken hadden moeten worden, maar voor de lieve vrede zijn blijven liggen.
“Jullie moeten wel communiceren”, zei mijn vader toen ik hem belde. “Jullie zitten op twee eilandjes”, zei Charlotte toen ik deze issues met haar besprak. Dus gisteren besloten we een vergadering in te gelasten. Een “hoe nu verder”-gesprek.
Gelukkig gaan we verder – maar wel met een aantal nieuwe afspraken. Zo gaan we elke week even zitten voor een evaluatie. Hoe gaat het nu echt? Zijn er dingen waar je niet blij mee bent? François gaat zijn best doen dingen waar hij mee zit direct uit te spreken. En dan gaan we samen op zoek naar een praktische oplossing.
Ook besloten we pro-actiever naar de planning te kijken. Aangezien François’ werkrooster nu eenmaal zo is, en hij het fijn vindt om ‘s avonds laat op te blijven, zodat hij vrienden en familie in Frankrijk kan spreken, blijft dat zo. Ik beloofde hem dat hij altijd mag bellen – maar als het mogelijk is, hoor ik graag van tevoren wanneer. Dan kan ik me mentaal instellen op slapen met oordoppen, of mijn overnachtingen in Hachioji erop afstemmen. Ik moet niet meer zo gaan zitten wachten, maar accepteren dat er doordeweeks nu eenmaal weinig quality time is. In plaats daarvan willen we bewuster dingen in het weekend plannen. François is altijd heerlijk druk en heeft veel hobby’s en vrienden, dus als je van tevoren niks plant, dan is hij al bezet. Dat frustreerde me soms, maar ik hoop dat we dat hiermee voor kunnen zijn.
Verder zijn grotere praktische oplossingen onderweg. Ik ben nog steeds bezig met de verkoop van het kantoor in Hachioji. Gisteren maakten we een wandeling langs twee potentiële nieuwe appartementjes bij ons in de wijk. Als ik mijn kantoor/appartement op loopafstand heb, wordt het veel makkelijker om tijd voor mezelf te nemen. Maar ook daar moesten we over praten. Verwachtingen afstemmen. “Kom je dan af en toe een avondje naar mij?” Ik wilde weten of hij het me kwalijk zou nemen als ik vaker weg zou zijn – ja, enerzijds weet ik dat hij ruimte wil, anderzijds voelt het alsof ik hem (en de katten!) in de steek laat als ik op pad ga – en hoe we het financieel allemaal zouden doen.
Ik voel me zoveel beter nu we hierover gesproken hebben, en omdat we toch ook de week aan het plannen waren, hebben we meteen gekeken naar een paar leuke uitjes met z’n tweeën – op een manier die voor ons beiden werkt. Maar ik wilde dit met jullie delen, om te laten zien dat het niet altijd feest is. Dat ook als je een eigen ruimte hebt, of bepaalde afspraken, je die af en toe moet evalueren, bijstellen en kritisch moet bevragen, als een van beiden zich er niet meer goed bij voelt. Ook dat is autastisch leven.
Wow, zo ouderwetsch! Een RSS-feed!
Sla deze link op in je RSS-reader en volg mijn blog hoe jij wil; chronologisch, in je mailbox, in je browser... Ja mensen, the past is here!
https://www.toeps.nl/blog/feed/




