Over voelsprieten en horrorbaantjes

Eergisteren ging ik lunchen met Daan, een coole chick die ik daarvoor al een tijdje online sprak. Nog niet zo lang geleden is er bij haar autisme vastgesteld; daarover schreef ze deze blog. Daans diagnose kwam pas nadat ze vastliep op werk, en op dit moment zit ze in een traject om uit te vinden wat ze nu eigenlijk wil en kan.

“Ik kreeg een test met stellingen, specifiek voor autistische mensen dus heel duidelijk, hahaha. ‘Ik kan slecht tegen lawaai: herken ik me in/herken ik me niet in.’ Zulke vragen.” Daan vertelde dat, hoewel de vragen makkelijk waren, ze weinig vertrouwen had in de uitkomst. En daarbij: “Zulke tests heb ik vroeger, voor mijn diagnose, ook gedaan.” Met nog vers in haar achterhoofd waar alles misging, snap ik haar wantrouwen.

We aten een broodje BLT (bij BLT, want ja, als je bij BLT eet…), afijn, we aten een broodje (typisch autistisch, weer helemaal de details in, haha!), een broodje dus, en we haalden herinneringen op aan vroegere baantjes. Ik vertelde over mijn schoonmaakbaantje bij supermarkt Hoogvliet, toen ik veertien was. Het was elke dag maar twee uurtjes, maar in die twee uurtjes stond ik non-stop stijf van angst. Ik hoopte maar dat ik nooit iemand iets hoefde te vragen, verstopte me nog liever een half uur op het toilet. Daan vertelde over háár horror-job: bollen pellen in een schuur vol herrie en “stoere” jongens die non-stop flauwe “grappen” maakten. “Hoe hebben we dat ooit volgehouden?!”, roepen we allebei. Maar ja, we wisten niks van autisme en we dachten dat we het gewoon moesten kunnen. Andere mensen konden het immers ook.

Het was niet alleen onze eigen mixtape die deze boodschap steeds herhaalde. Vanuit onze omgeving hoorden we niks anders. “Stel je niet aan, hop hop, gewoon even doorzetten, we vinden allemaal wel eens iets niet leuk, je kan het heus wel, geloof me, achteraf ben je blij dat je het gedaan hebt…” Welke autist klinken deze zinnen níet bekend in de oren?

Het is ironisch. Want zowel Daan als ikzelf zijn hartstikke serieus. Wij doen uit onszelf al keihard onze best. En dan lijkt iemand te denken dat we opgevers zijn? De kantjes er vanaf willen lopen? Tiener-Toeps en tiener-Daan beten op hun tanden en gingen over grenzen. Next stop: de onvermijdelijke autistic burnout.

En dan moet je, na een periode van helen en opkrabbelen, weer aan de bak. Als wat? Coachingtrajecten beginnen vaak vanuit een helicopterview, maar is er íemand die van boven een plekje kan aanwijzen en dan precies beland waar ‘ie wil? Ik denk het niet. Ik denk dat de meeste mensen in het leven een beetje als een insect met voelsprieten voortbewegen. Ze sturen zichzelf bij. Een beetje naar links, een beetje naar rechts, totdat ze belanden waar ze willen zijn.

Wij mensen hebben geen voelsprieten, maar wel een buikgevoel. Als autistisch kind wist ik heel goed waar ik wél en niet blij van werd. Maar dan komen de anderen: “Nee joh, is leuk!” Wie “gezellige” dingen niet leuk vindt, valt al snel buiten de groep. Wie sociale dingen slecht trekt, merkt al snel anders te zijn dan de anderen. Autisten leren de mening van anderen, de gevoelens van anderen, belangrijker te vinden dan die van zichzelf. En zo raken we de weg kwijt. Pas wanneer autisten weer naar de signalen van hun autisme gaan luisteren, vinden ze hun weg.

“Ik weet niet wat ik precies wil”, zegt Daan. “Dat geeft ook niet”, zeg ik. “Je weet namelijk écht wel waar je blij van wordt. En dan kom je er vanzelf.”

3 reacties op “Over voelsprieten en horrorbaantjes”

  1. Aletta schreef:

    Ik heb geen autisme, maar ik herken me heel erg in je blog. Bijv toen ik solliciteerde, kreeg ik ook vaak de vraag van mensen of ik niet te hoge eisen stelde en zo. Ik heb ook steeds het gevoel gekregen dat ik te kieskeurig was, te weinig flexibel was, enz.

    Ik vond uiteindelijk een baan, maar die bleek niet goed bij me te passen en ik kreeg een burn-out. Nu zit ik in het opkrabbelproces. Laatst zei de therapeut tegen me: “als je nu weer gaat zoeken naar een baan, moet je misschien wat kritischer zijn voor je ergens op solliciteert. Want sommige mensen zijn misschien flexibel en kunnen zich aan alle omstandigheden makkelijk aanpassen, maar misschien ben jij wel niet zo.”

  2. D schreef:

    Zo herkenbaar. Thank you, heel fijn om dit te lezen.

  3. Willem schreef:

    Vond dit heel leuk om te lezen. Ik kreeg m’n diagnose pas op m’n 35, iets meer dan een jaar terug.

    Ik zit nog steeds met zoveel schuldgevoelens wat betreft werk en m’n leven. Dat ik m’n weg niet vind, geen nut heb, afhankelijk ben van een uitkering.

    Een uitkering onder voorwaarde dat ik werk zoek, want anders geraak je deze centjes kwijt, want dat zou een rechtvaardige straf zijn voor iemand als ik.

    Maar ik gehoorzaam. Terwijl ik naar niets anders verlang dan mezelf eens een keer te vinden, of m’n eigenheid, of m’n eigen weg.

    In plaats daarvan, is het elke dag weer opstaan met dat gigantisch zwaard dat boven je kop hangt. En proberen de godganse dag de schaamte te negeren die je voelt tegenover familie/vrienden.

    En de moeite dat dit kost, zorgt er elke avond weer voor dat je op bent. Leeg. Deze aangename sensatie mag je dan in alle eenzaamheid ondergaan, want abnormale mensen worden genegeerd, omdat abnormaal zijn besmettelijk is.

    en anders leer je nooit normaal te zijn. Het is daarom dat mensen hard tegen je zijn, anders is het hun schuld dat je het niet sterk word.

    Autisme is het probleem niet. De maatschappij waarin een autist moet leven wel.

    En natuurlijk blijft het een groot ‘mysterie’ waarom zoveel mensen met autisme zelfmoord plegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *