Waarom infodumpen misschien toch niet de beste love language is

Een meisje praat tegen de camera in een korte clip die gemaakt is voor platformen als Instagram en TikTok. “Mensen denken vaak dat wij autisten egocentrisch zijn, omdat we jouw zielige verhaal beantwoorden met een vergelijkbaar verhaal uit ons eigen leven – maar dit is hoe wij empathie tonen!” Even later verschijnt er een vrolijk gekleurd plaatje in mijn feed: “Infodumpen is mijn autistische love language“. We moeten het normaliseren, want zo laten autistische mensen zien dat ze van je houden, aldus de veelvuldig gedeelde post.

Infodumpen is het delen van een heleboel informatie over een bepaald onderwerp, vaak de speciale interesse van de autistische persoon in kwestie, maar soms ook de gebeurtenissen van de afgelopen dagen/weken, of de agenda voor de komende periode. De andere persoon is wellicht niet zo zeer geïnteresseerd in de informatie, maar de autistische persoon deelt deze ofwel om een band te vormen, zichzelf te laten zien, ofwel om zijn of haar hoofd leeg te maken.

Analogiseren is het delen van een soortgelijke ervaring om een band te scheppen, en/of om te laten zien dat het verhaal van de gesprekspartner begrepen wordt.

“Wat praten jullie raar”, zei een ex van mij eens, toen mijn beste vriendin en ik op de bank verhalen uitwisselden. Zij vertelde iets over haar leven, ik vervolgens iets over het mijne. We vroegen elkaar niks, we deelden uit onszelf. Als mijn moeder mij vroeger ophaalde na een week bij mijn vader, praatte ik de hele autorit de oren van haar hoofd. En nog steeds, als een onderwerp me interesseert kan ik er maar moeilijk over ophouden. Tref ik iemand met dezelfde interesses, dan zijn we zo uren verder. Kortom: Als autist snap ik helemaal hoe heerlijk het is om los te gaan over een onderwerp, en ja, ook ik ben iemand die verhalen analogiseert om empathie te tonen. Toch ben ik tot de conclusie gekomen dat het beter kan.

Vragen

Deze post is geen grote diss track naar François, en ook geen subtiele (of minder subtiele) hint naar hem om zijn gedrag te veranderen. We hebben het hier al over gehad met z’n tweeën, dus niks wat ik hier schrijf is nieuw voor hem. Maar goed, François dus. Hij heeft geen autisme-diagnose of wat dan ook, maar hij houdt van veel praten, van infodumpen over zijn favoriete onderwerpen (films, Japan, random snacks van Japanse fastfood-ketens waarvoor ik mijn grote teen nog niet optil) en als ik hem iets vertel over wat ik heb meegemaakt of waar ik mee zit, dan is zijn reactie ofwel een soortgelijk verhaal, ofwel een knuffel. Zijn knuffels zijn heerlijk, maar na een tijdje begon er toch iets te knagen. “Babe… Kan je me dingen vragen?”

Ik vergeet het zelf ook regelmatig – of ik sla helemaal door de andere kant op en onderwerp de ander aan een kruisverhoor – maar ik ben er inmiddels van overtuigd dat een goed gesprek, waar beide partijen het meest aan hebben, een gesprek is waarin vragen worden gesteld.

Posts van autistische influencers zoals in de eerste alinea schetsen vaak een tegenstelling waarin infodumpen of het spiegelen van een verhaal tegenover neurotypische small talk en uitingen van medeleven worden gezet. “Jeetje zeg!”, “Wat rot voor je!” Deze uitingen worden door autisten vaak als leeg ervaren: Je zegt wel dat je de ander begrijpt, maar is dat ook zo? Een ervaring one-uppen met je eigen verhaal lijkt dan beter: Zo laat je zien dat je het echt snapt.

Maar weet je wel zeker dat je de ander begrijpt? Heb je alle informatie wel? Mondt je analogie niet per ongeluk uit in een infodump-sessie over jóuw leven, waardoor de ander zich ongezien voelt?

Het doel van een gesprek is niet alleen om aan de ander te bewijzen dat jij het snapt; vaak wil de ander ook hulp om zichzelf beter te begrijpen. Als ik bij François aankom met een dilemma, een werkprobleem of een ruzie met een vriendin, dan wil ik niet alleen maar een knuffel of gelijk – of een lange anekdote over hoe hij eens een ruzie had met een collega, hoe dat is opgelost en hoe ze vorig jaar nog samen naar een festival zijn geweest, en oh ja, dat festival was met sportwagens en… (Dit is een verzonnen voorbeeld, geen reden voor François’ collega’s om suspicious te worden, haha.)

Als ik met een probleem bij iemand kom, dan wil ik vragen.

Jeopardy

François vond dit in het begin heel erg moeilijk. Alsof we een potje Jeopardy speelden en er maar één vraag het juiste antwoord was. Voor wie niet weet wat te vragen, probeer het probleem eens samen te vatten: “Dus je bent boos omdat vriendin X heeft afgezegd?” Vaak zit de echte angel net even ergens anders, en door deze vraag steeds specifieker te maken, kom je uiteindelijk bij de kern van het probleem uit. “Wat vind je nu het ergste?”, “Wat voor een gevoel geeft dat je?” Soms helpt het ook om in de huid van een tweejarige kleuter te kruipen, en bij alles simpelweg te vragen: “Waarom?” Als je het probleem duidelijk hebt, kun je proberen te spiegelen met een eigen verhaal, om te checken of je het écht goed hebt begrepen.

Als je alleen maar zendt, leer je niks nieuws. De partij die luistert, hoort alleen wat de ander al weet. De som van jullie beiden wordt niet wijzer. Als je elkaar vragen stelt, wordt 1 + 1 misschien wel 3, en ontdek je samen nieuwe dingen. Nu zeg ik niet dat je nooit meer tegen elkaar los mag gaan over Star Wars of Top Gun of je Furby-collectie, want hell yes, natuurlijk! Maar weet je eigenlijk waarom je gesprekspartner die ene film zo leuk vindt? Waarom hij of zij nou écht zo gestresst is – als je überhaupt weet hoe de persoon zich vandaag voelt? Vragen stellen kan eng zijn, want misschien is het antwoord niet wat je verwachtte, of snap je je gesprekspartner in eerste instantie juist minder. Maar dan zijn er nog meer vragen. Gewoon doorvragen tot het goed voelt.