Help, mijn man is een autist!

Toen ik gisteren “Help, mijn man is klusser” terug zat te kijken (“Wat doe jij in Tokio?!” – Ehm, ja…), zag ik een scenario dat we wel vaker in het programma zien. Een ernstig gevalletje miscommunicatie, tussen een man met autistische trekken* en een vrouw met een lichtelijk labiele persoonlijkheid.

manipulatief kutwijf

Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar da’s vermoedelijk omdat autisme twee weken geleden ook al een thema was. Hoe dan ook, de man had woede-issues en kreeg therapie. Regelmatig maakte hij zijn vrouw uit voor manipulatief kutwijf, hoewel vrouwlief dat naar eigen zeggen natuurlijk helemaal niet was.

Een manipulatief kutwijf was ze misschien niet, maar veel begrip voor haar man had ze ook niet. Dat werd pijnlijk duidelijk in het volgende voorbeeld: De klussers bespreken met de man de bouwplannen, en stellen een verandering voor. De badkamer komt niet híer, maar dáár. De man luistert, staat ervoor open, maar moet het even laten bezinken. Knip naar de vrouw in kwestie: “Ja, hij wil dan eerst even zitten, koffie drinken. Terwijl ik denk, hup!”

Ik denk dat we hier de kern van het probleem te pakken hebben. De man geeft dat ook aan; alle kritiek die zij op zijn doen en laten heeft, wordt hem teveel. Dit zien we eigenlijk in alle “Help, mijn man is klusser”-episodes terug, en is dan ook vaak de oorzaak van het stranden van de kluswerkzaamheden. Wie heeft er nog zin om te werken, als je het idee krijgt het toch nooit goed te doen?

Zij die alles denkt te weten

Het typische vond ik, dat deze man eigenlijk heel prima wist waar zijn grenzen lagen. Hij geeft aan even tijd nodig te hebben om het plan te verwerken, en dat vind ik sterk. Autistische hersenen werken nu eenmaal anders. We leggen meer verbindingen, maar hebben daardoor ook meer tijd nodig. We zien elk detail, in tegenstelling tot de neurotypische mens, die al snel een scenario herkent en op basis daarvan alles invult. De neurotypische persoon dénkt dat ‘ie alles weet, de autist kíjkt. Een verschil dat de neurotypische mens sneller maakt, maar ook een stuk minder accuraat. Niet zo gek dus, dat autisten uitblinken in beroepen waar juist die precisie nodig is. De man in de uitzending van gisteren was bijvoorbeeld IT’er.

Waar het vaak misgaat in de communicatie tussen autisten en neurotypischen (ook wel NT’ers genoemd), is dat de NT’er ook gaat invullen voor de autist. “Nee joh, dat feestje vind jij ook heus heel leuk!” Dit is vragen om ellende. Het feestje wordt waarschijnlijk níet leuk, en hiervan krijgt de autist vaak ook nog eens de schuld. Nu zal je denken, maar hij kan toch ook gewoon níet gaan? Ehm, ja. Stel je die vrouw nog eens voor: “Jeetje wat ben jij negatief, je kan het toch op z’n minst proberen?! Je geeft ook niks om mij!”

En hier wordt de autist kwaad. Waar aanvankelijk alleen geen rekening met zijn gevoel gehouden wordt, wordt ‘m vervolgens ook nog precies dát verweten, maar dan in tegenovergestelde richting. “Manipulatief kutwijf!”, roept de man. Het is onmacht, pijn en onrechtvaardigheid.

Spiegeltje spiegeltje aan de wand

De vrouw doet het vast niet expres. Ze heeft alleen niet in de gaten dat haar talent tot spiegelen, iets dat doorgaans wordt aangedragen als voordeel van NT’ers ten opzichte van autisten, soms niet goed werkt. Mensen kunnen ook te veel spiegelen. Dan denken we dat onze hond arrogant doet, of dat de aap die in de dierentuin z’n tanden laat zien naar je lacht. Dat dat niet zo blijkt te zijn, kun je bij Bokito navragen.

Als een autist niet zo reageert als een NT’er verwacht, interpreteert de NT’er dat vaak verkeerd. “Hij zal wel niet van me houden!”, “Hij is lui!”, “Hij heeft schijt aan me!” Wat een NT’er ook vaak niet doorheeft, is de mate waarin hun eigen persoonlijke complexen hierin meespelen. We zien in “Help, mijn man is klusser” een man die toegeeft dat er iets “mis” met ‘m is. (Zo zielig vind ik dat!) En met een diagnose in de hand, wordt het voor de NT’er nog makkelijker: “Alles ligt aan hem, kijk, dat staat hier in het dossier!”

Dat de vrouw zelf een aandeel heeft, wordt pas sinds kort incidenteel door John Williams aangestipt. “Waarom heb je dit zover laten komen?”, vraagt John. Er volgt een huilbui, want agossie, de dame heeft zó weinig eigenwaarde… Ze weet direct de slachtofferrol te vinden, en niemand lijkt oog te hebben voor het onuitstaanbare gedrag dat vaak voortkomt uit een laag zelfvertrouwen. “Manipulatief kutwijf”… Ja, zo zou je het ook kunnen omschrijven.

Tips voor NT’ers

Waar ik voor wil pleiten is een beter begrip voor de autistische denkwijze. Hoewel ernstig autisme een handicap is, en ook een lichte vorm van autisme in deze maatschappij al snel een struikelblok kan zijn, zie ik “aandoeningen” als Asperger liever als een alternatieve denkstijl. Langzamer, maar gedetailleerder. Minder flexibel, maar ontzettend betrouwbaar. En aan alle boze NT’ers: Het. Gaat. Niet. Over. Jou.

Daar kun je bij autisme wel van uitgaan. Als een autist iets niet doet, is dat niet omdat hij of zij niet van je houdt. Het is niet omdat ‘ie zin heeft om moeilijk te doen. Het is puur omdat zijn of haar brein anders werkt. Dus lees je in, stel vragen, laat je ego buiten staan en onthoud: deze persoon dénkt niet zoals jij.

Leer relativeren, ga eens op reis. Wie in een ander land heeft gezien hoe anders de gebruiken van andere volken zijn, kan beseffen dat wat voor ons “normaal” is, voor anderen niet zo hoeft te zijn. Wat in Nederland geaccepteerd is, is in het Midden-Oosten not done. Waar een Nederlander “misschien” bedoelt als ‘ie “misschien” zegt, bedoelt een Japanner “hell to the no!“.

En het aller-, allerbelangrijkste: als een autist tijd wil om dingen te verwerken, gééf die tijd. Ga niet pushen, ga niet drammen. Ook al is het soms irritant om op een antwoord te moeten wachten, geloof me, van drammen komt ruzie. De autist raakt overbelast en wil maar één ding: dat jij je kop houdt! Niet omdat ‘ie niet van je houdt, maar omdat jíj hem aan het pijnigen bent. Zodra je dit als NT’er begrijpt, is het heel fijn samenleven met zo’n eerlijke, betrouwbare autist.

Disclaimer: Ik kan geen diagnoses stellen, dus of de man uit “Help, mijn man is klusser” ook echt iets van autisme heeft, dat weet ik niet. Maar dat maakt ook niet zo heel veel uit. Het scenario dat te zien was, is een scenario dat veelvuldig voorkomt tussen autisten en NT’ers. Het is in duizend variaties en vormen terug te vinden. Mijn bedoeling van dit artikel is om duidelijkheid te creëren over de belevingswereld van autisten versus die van NT’ers. En oh ja, ik heb zelf Asperger.

2 reacties op “Help, mijn man is een autist!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *