Het is allemaal de schuld van de buitenlanders

Woensdagavond, 19:00. In een kerkgebouw in Zaandam vindt de informatieavond over het nieuw te openen asielzoekerscentrum in de binnenstad plaats. Het is al aardig druk als ik aankom. De vorige keer dat ik in zo’n opstelling in een kerk zat, kwam men voor een lezing van Alain de Botton. Nu luisteren we naar een dame van de gemeente en een dame van het COA, geleid door een onafhankelijke discussieleidster.

Vijfhonderd

De avond begint rustig. Iemand vraagt hoe er vijfhonderd mensen in het pand gaan passen, iets wat ik me ook afvroeg. Er zijn bouwtekeningen aanwezig, en de dame van het COA legt uit dat er per asielzoeker zo’n vijf vierkante meter “personal space” is. Jeetje, wat weinig. “Onze standaard is sober”, aldus de COA-dame. Ik kan me voorstellen hoe lastig haar positie is. Waar de mensen zich nu zorgen maken over opbouwende spanningen in het pand, geef je ze door het geven van meer ruimte weer die andere stok om mee te slaan: “Wij willen ook wel zo’n luxe appartement in het centrum!”

Slecht nieuws

Eén vrouw is boos. Ze woont op de Stationsstraat, recht tegenover het gebouw waarin het AZC gevestigd zal worden. “Ik heb net mijn huis te koop gezet. Volgens de makelaar kan het wel 1/3 in waarde dalen!” Verder was ze ontevreden met de manier waarop het nieuws naar haar is gecommuniceerd: “Ik had net een half uur de brief gelezen, en toen stond er al een journalist op de stoep!” Ik vraag me af hoe zíj het zou hebben aangepakt, want vanaf het moment dat er een brief bij de bewoners ligt, is een (regionale) journalist natuurlijk zo bereikt.

Een ondernemer in het pand is eveneens ontevreden: “Ik moest het van één van mijn werknemers horen!” Waar hij wellicht niet op had gerekend, was dat de eigenaar van het pand ook in de zaal aanwezig was. Deze man wist ons te vertellen dat zijn afspraak met de ondernemer, twee dagen voor de bekendmaking van het nieuws, door de ondernemer zélf was afgezegd. Details, details.

Scheurende agenten en platte plantsoentjes

Er staat een oudere vrouw op. “Ik ben in de winter van mijn leven, over tien jaar ben ik dood.” Eh, ook hallo… Kort gezegd maakte deze dame zich druk om platgetrapt groen en blikjes in haar tuin. Maar gezien haar introductie staat ze nu waarschijnlijk ook al woest met een bezem te zwaaien als er een tiener op een skateboard voorbijkomt.

Dan een opgefokte man: “Ik woon in een rustig éénrichtingsstraatje, en soms scheurt de politie met een noodgang tegen het verkeer in! Wat nu als er straks meer hulpdiensten moeten uitrukken naar het AZC, en mijn kind wordt overreden?!” De dame van de gemeente geeft aan dit bij de politie aan te kaarten, daar het scheuren door éénrichtingsstraatjes sowieso niet de bedoeling is. De man lijkt niet tevreden met dit antwoord.

Het wordt langzaam duidelijk: de problemen die worden aangekaart zijn niet écht de problemen, het zijn pogingen om een azielzoekerscentrum tegen te houden, zonder over te komen als de eerste de beste nazi. Want oh, wat bedoelen ze het allemaal goed, als ze zich druk maken om “speelruimte voor de kinderen”, “genoeg buitenruimte voor de bewoners” en “het toerismebeleid van Zaanstad”. Maar waarom heb ik niemand gehoord over de grootte van het dakterras toen tweehonderd meter verder een woontoren werd neergezet? En wie denkt nu serieus dat er minder buitenlandse toeristen naar de stad komen, als er straks meer buitenlandse asielzoekers wonen?

Een positieve noot

De laatste vraag is van de dame naast mij: “Wat is de ervaring van de omwonenden van het Veldpark eigenlijk?” (In het Veldpark heeft deze hele zomer een noodopvang gestaan, ook voor zo’n vijfhonderd mensen.) Een omwonende antwoordt: “We zijn net nog bij een Syrisch gezin wezen eten, het heeft mijn leven in positieve zin veranderd!” Ze wordt door een groepje tegenstanders weggehoond.

Gratis gordijnen

Als er een uur lang centraal vragen zijn beantwoord, verandert de setting: er zijn verschillende “kraampjes” in de zaal, waarbij bewoners informatie kunnen inwinnen. Het COA, de politie… En voor alle problemen waar de gemeente nog niet aan gedacht zou hebben, is er de stand “beren op de weg”, waar iemand het bovenstaande bericht ophing. “Ze kijken rechtstreeks mijn slaapkamer in. Krijg ik vergoeding voor gordijnen?” Nee bitch. Koop je eigen gordijnen.

Ik liep terug naar huis, me verbazend over de selectieve verontwaardiging. Zou de meneer van het éénrichtingsstraatje net zo boos zijn als er een GGZ-instelling zou worden gehuisvest? Zouden de bewoners die bang zijn voor overlast net zo kwaad zijn, als het pand zou worden omgetoverd tot ROC? Zou er net zo hard geklaagd worden als het pand met de grond gelijk zou worden gemaakt, met alle overlast van dien? De ironie werd maar al te duidelijk toen ik het gebouw passeerde. Het UWV-logo is inmiddels verwijderd, waardoor het enige andere logo op het pand nog eens extra opviel. Het is het logo van Reclassering Nederland.

Foto via twitter @DeOrkaan

Een gedachte over “Het is allemaal de schuld van de buitenlanders”

  1. Goed stuk! Ik persoonlijk zou het niet erg vinden als er een AZC bij ons in het dorp komt. Oké als er 500 vluchtelingen komen, dan merk je dat wel en ik denk dat hele dorp op z’n kop staat (lees: er wonen misschien 10 buitenlanders in dit dorp) maar voor mij maakt het geen verschil.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *